HR 31 oktober 1997, NJ 1998, 97 Portacabin
Een bedrijf in Terneuzen had naast zijn bedrijfsgebouw een zogeheten portacabin geplaatst. Zoals de naam portacabin al aangeeft, gaat het om een soort cabine die in beginsel verplaatsbaar is. In dit geval waren er echter nogal wat voorzieningen aangebracht die duidden op een meer vaste bestemming van de portacabin. Zo waren er aansluitingen op gas-, water en elektriciteitsnet, alsmede op de rioleringen het telefoonnet. Rond de portacabin was een tuin aangelegden er was een aparte ingang via een tegelpad. Verder was de portacabin als bedrijfsgebouw (kantoorruimte) in gebruik genomen.
De plaatselijke Rabobank was ervanuit gegaan dat de portacabin een onroerende zaak was, want zij had op de portacabin hypoheek verleend (hypotheek kan alleen op onroerene goederen worden gevestigd). Was dat uitgangspunt van de Rabobank juist? De Hoge Raad meende van wel. Volgens de Hoge Raad kan een gebouw duurzaam met de grond zijn verenigd in de zin van art. 3:3 BW, doordat het naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. Dat was met portacabin was dat het geval